Additieve behandelwijzen



Neuraaltherapie
De neuraaltherapeutische behandeling is erop gericht, ziekten en klachten te behandelen, die door het vegetatieve zenuwstelsel worden veroorzaakt. (Het vegetatieve zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat darmen, bloedvaten, zweetklieren etc. beïnvloedt en dat niet door de wil kan worden gestuurd). Ook kunnen sommige orgaanziekten via het zenuwstelsel genezend beïnvloed worden. Hiertoe worden injecties met kleine hoeveelheden procaïne op nauwkeurig te bepalen plaatsen toegediend.
Het is een geneeskunde die volledig onderbouwd is door de theorieën van het Basis Bio Regulatie Systeem (het BBRS). Geschiedenis
De neuraaltherapie is ontdekt in 1925 in Dusseldorf, Duitsland, waar de gebroeders Ferdinand en Walter Huneke beiden arts waren.
Zij hadden een zuster die aan migraine leed, waarbij medisch al alles was uitgeprobeerd, zonder resultaat. Tijdens een aanval werd ze op advies van een collega geïnjecteerd in de ader met een anti-reumamiddel en opslag verdween de migraine-aanval. Later bleek dat het verkeerde middel geïnjecteerd was. Er waren twee soorten van het middel in de handel: een voor de injectie in de ader en een voor de injectie in de spier. Aan de laatste was, om de pijn van de injectie te bestrijden, procaïne toegevoegd. Procaïne bleek later, tijdens testen, het werkzame bestanddeel te zijn. Voorts bleek dat veel ziekten en klachten te behandelen waren door injecties met procaïne op de plek waar de problemen zich voordeden. Dit noemen we segmenttherapie.
In 1940 volgde een andere opzienbarende ontdekking: Ferdinand Huneke behandelde een vrouw met een frozen shoulder syndroom; een pijnlijke, verstijfde schouder.
Een injectie in het litteken van een oude botontsteking in haar been (dus ver verwijderd van de schouder!) leverde op slag een volledige genezing. Dit is het eerste beschreven zogenaamde seconden-fenomeen. Een dergelijke therapie noemen we stoorveldtherapie.
Een stoorveld bevindt zich meestal op afstand van de klacht en ontstaat door een gebeurtenis, die vaak veel vroeger heeft plaatsgehad, b.v. een ontsteking, ongeval of operatie. Bij deze patiënt was het stoorveld een oude botontsteking in haar been, die verantwoordelijk was voor de schouderklachten. 


Filosofie en verklaringsmechanisme
Tussen alle lichaamscellen bevindt zich het zachte bindweefsel, dat circa 18 kilo van het menselijk weefsel bevat. De lichaamscellen zelf maken geen contact met elkaar. Daarom moeten alle voedings- en afvalstoffen, maar ook hormonen, afweercellen etc. etc. via dit zachte bindweefsel naar en van de cellen vervoerd worden.
Dit zachte bindweefsel en alle processen die daarin plaatsvinden noemen we het Basis Bio Regulatie Systeem (BBRS).
In het bindweefsel worden zeer belangrijke lichaamsfuncties gereguleerd, zoals de stofwisseling en de temperatuurcontrole. Tevens vindt via dit bindweefsel alle prikkeloverdracht plaats. Ontstaat er in het lichaam ergens een probleem, dan zal het BBRS als eerste reageren.
Een groep Weense artsen, onder leiding van prof. Pischinger, toonde aan dat een prikkeling in dit systeem niet alleen ter plekke, maar ook op afstand reacties kan geven. Dit verklaart het stoorveld.
Prof. Heine ontdekte een netwerk van aan elkaar gekoppelde suiker- en eiwitmoleculen dat zich uitstrekt over het hele bindweefsel, de zgn. proteo-glycanen. Volgens prof. Heine vormen deze ketens het oudste informatiesysteem van de zuurstof ademende meercellige wezens. Alle cellen kunnen via dit netwerk onderling communiceren en effecten op afstand veroorzaken. Het door de neuraal-therapeuten gebruikte procaïne werkt in op deze ketens, alsmede op de regulatiesystemen binnenin de cel. 

Indicaties
In de praktijk kun je aan een behandeling met neuraaltherapie denken indien er sprake is van chronische klachten. Vooral als er geen "duidelijke" oorzaak (diagnose) is, maar óók wanneer een therapie, die bij anderen wel helpt, nu niet helpt (b.v. een slecht te regelen suikerpatiënt). Met name bij veel chronische pijnen en ontstekingen helpt neuraaltherapie goed. 

Diagnose
Indien u neuraal-therapeutisch behandeld wordt, kunt u het volgende verwachten. Een uitgebreid vraaggesprek en lichamelijk onderzoek gaan aan de behandeling vooraf. Wat een neuraal-therapeut altijd goed van u moet weten is, welke operaties (alle, ook kleintjes) en ongelukken u gehad heeft. Hoe is de toestand van uw gebit, amandelen, oren, bijholten, darmstelsel en geslachtsorganen. Deze informatie is uiterst belangrijk, ook al heeft het schijnbaar niets met uw klachten te maken.
Proefbehandelingen met procaïne kunnen leiden tot een reactie die geïnterpreteerd kan worden. Een grote groep neuraal-therapeuten maakt ook gebruik van andere diagnostische methodes afkomstig uit b.v. de acupunctuur en de natuurgeneeskunde, zoals de polsdiagnostiek en andere meetmethoden.  Therapie 1. Segmenttherapie De neuraal-therapeutische behandeling geschiedt in de eerste plaats door het toepassen van segmenttherapie. D.w.z. dat getracht wordt om vanuit het segment (de plaats van de klacht en zijn omgeving) het verkeerd functioneren van de betreffende orgaansystemen weer in evenwicht te brengen. Dit geschiedt door injecties van procaïne op de plaats van het pijngevoel, of op de plaats van vroegere littekens e.d. Dit kan eventueel gecombineerd worden met enkele diepere injecties ter hoogte van de uittreedplaatsen van verschillende zenuwen, dan wel op andere plaatsen bij de wervel.
Soms is het nodig om een neuraal-therapeutische injectie te geven in de buurt van een bepaald ganglion (zenuwknoop) van het zenuwstelsel. 

2. Stoorveldtherapie
Ook is het mogelijk dat stoorvelden, die buiten het aangedane segment zijn gelegen, verantwoordelijk blijken te zijn voor de klachten. In dit geval spreken we van een neuraaltherapeutisch stoorveld, dat (mede) verantwoordelijk is voor het betreffende ziekteproces. Een injectie in dit stoorveld kan een secondenfenomeen opleveren. D.w.z. na een injectie zijn de klachten acuut verdwenen. Dit hoeft echter niet. Soms zijn er meerdere stoorvelden tegelijkertijd en moet er verder gezocht worden. De behandeling bestaatuit verscheidene injecties op vaak verschillende plaatsen. Soms zal er al direkt een verandering te merken zijn. Dit is een gunstig teken. Deze verandering (b.v. pijnverlichting) kan enkele uren tot dagen aanhouden. Daarna komt de klacht weer terug. Door herhaalde behandelingen wordt de klachtenvrije periode steeds langer, totdat de klacht uiteindelijk niet meer terugkomt. Soms gaat het niet zó ideaal, er zijn dan ook nog andere soorten therapie nodig.
Tenslotte gaat het erom dat u uw klacht kwijtraakt. 

NVNR
De Nederlandse artsen Vereniging voor Neuraaltherapie en Regulatietherapie heeft tot doel de neuraaltherapie in Nederland te bevorderen. Uitsluitend artsen zijn hierbij aangesloten. Omdat het injecties met procaïne betreft is het voor anderen wettelijk verboden deze therapie uit te oefenen. Bij deze vereniging kunt u een lijst opvragen van bevoegde artsen. De NVNR is aangesloten bij de AAG -de Artsenfederatie voor Alternatieve/ Additieve Geneeskunde.
Sommige verzekeraars vergoeden neuraaltherapie. 

Contactadres

mw. M.E. van Haalen, secretaresse
Isebrandtsheerd 1
9737 LG Groningen
0643164054
info@nvnr.nl
www.nvnr.nl

 

De electroacupunctuur volgens Voll

F.J.M Neelissen, tandarts te Overveen.

De betekenis ervan voor de tandheelkunde 

In de vijftiger jaren heeft de Duitse arts Reinhold Voll een systeem ontwikkeld, dat de mogelijkheden in zich heeft om via elektrische metingen op de huid diagnostiek te bedrijven. Op zich is dit geen nieuw fenomeen. denk maar aan de EKG- en de EEG- metingen. Wel nieuw was het feit, dat Voll voor zijn metingen punten gebruikte, die liggen op zgn. meridianen. Dit zijn energielijnen die wij kennen uit de klassieke Chinese acupunctuur. De meridianen worden benoemd naar het orgaan, waar ze een relatie mee hebben. Zo kennen we bijv. de dikkedarmmeridiaan, blaasmeridiaan etc. De punten worden acupunctuurpunten genoemd. Tussen bepaalde punten en organen bestaat een direct verband. Bij de methode volgens Voll blijkt, dat de elektrische weerstand van het acupunctuurpunt een maatstaf is voor de energie in het corresponderende orgaan en een weerspiegeling is van de functietoestand waarin het verkeert.
Tijdens het meten laat men een stroom door het lichaam gaan waarvoor twee elektroden nodig zijn: één elektrode, die de patiënt in de hand houdt en een andere, een puntelektrode. die de therapeut op het te meten acupunctuurpunt plaatst.
 Op het meettoestel bevindt zich een meter, waarvan de wijzer bij stroomdoorgang een uitslag geeft, afhankelijk van de weerstand in het acupunctuurpunt. De middenstand op de meter geeft de waarde 50 aan en komt overeen met een ideale gezondheidstoestand van het bij dat punt behorende orgaan. Een ontsteking van het orgaan geeft een hoge meetwaarde, bijv. 80 en een degeneratieproces een lage waarde, bijv. 30. Het is mogelijk dat de wijzer, na het innemen van een bepaalde stand, niet stabiel blijft maar gaat zakken. Dit verschijnsel heet 'Zeigerabfall' en is een van de belangrijkste criteria van een energiestoring of functiestoring van een orgaan.
Zo kunnen we via 60 meetpunten, die allemaal op de handen en voeten liggen, het lichaam 'doormeten' en informatie verzamelen over alle organen in het lichaám. Aan de hand van de punten, waarvan de meetwaarden het meest afwijken, wordt de lokalisatie en de ernst van de afwijking bepaald. 

Een van deze 60 meetpunten is het meetpunt voor de mond. Dit ligt aan de binnenkant van de duim, op de duimmuis, op de zgn. lymfemeridiaan en wel links zowel als rechts. Deze punten geven informatie over de gezondheidstoestand van de mond en wel homolateraal. Dus het rechterpunt geeft informatie over de rechterkaakhelft en het linker punt op de duim over de linkerkaakhelft. Vinden we hier een 'Zeigerabfall', dan moeten we rekening houden met een mogelijke storing in de mond. Dit is vooral belangrijk voor patiënten die chronisch ziek zijn en bij wie maar geen oorzaak gevonden wordt voor hun lijden. Tanden en kiezen zijn nl. in staat om, via hun relaties met de organen in het lichaam, chronische ziektebeelden te creëren. Vooral avitale elementen hebben een beruchte naam. Echter ook een chronische pulpitis kan een orgaan ziek maken. Zo'n ontsteking, die op afstand een orgaan kan beïnvloeden, noemen we een focus

Met behulp van de Elektroacupunctuur heeft Voll de relaties kunnen vastleggen tussen de tanden en kiezen enerzijds en de organenanderzijds. Ook is het in principe mogelijk, dat organen de gezondheidstoestand van de elementen beïnvloeden. Echter de omgekeerde relatie komt veel vaker voor. Het volgende schema is van kracht: 

 
2 1   2   relatie met blaas en nieren
2   1 1   2  
3 3   relatie met galblaas en lever
3 3  
5   4 4   5   relatie met longen en dikke darm
7   6 6   7  
7   6 6   7   relatie met maag, milt en pancreas
5   4 4   5  
8 8   relatie met hart en dunne darm
8 8  



Het meettoestel van Voll heeft de mogelijkheid om m.b.v. stroomimpulsen, die via de meetstift op de huid gebracht kunnen worden, de gevonden meetwaarden te beïnvloeden. We kunnen met een zgn. toniserende stroom de meetwaarde verhogen, dus bijv. een lage degeneratiewaarde van 30 kan met deze stroompjes verhoogd worden tot de norm 50 en een hoge ontstekingswaarde van 80 kan m.b.v. een sederende stroom gebracht worden naar 50. Als we nu bijv. een Zeigerabfall gevonden hebben op het punt voor de mond en ook op een punt van de dikke darm, dan bestaat de mogelijkheid, dat de storing in de dikke darm veroorzaakt wordt door een ontsteking in de mond. Als we de waarde van het mondmeetpunt m.b.v. de stroompjes naar de norm 50 brengen kan het zijn, dat hierdoor ook de afwijkende waarde op de dikke darm naar de norm is gegaan, dus naar 50. Is dit het geval, dan kunnen we zeggen, dat de storing in de darm veroorzaakt wordt door de mond en kunnen we dus door in de mond in te grijpen een afwijking in de darm beïnvloeden. Zo kunnen we dus vaststellen of er in de mond een focus of haard aanwezig is en of zo'n storing de oorzaak is van een afwijking in de rest van het lichaam. 

Een andere manier om de relatie vast te stellen tussen de mond en het lichaam gebeurt m.b.v. de geneesmiddelentest. Met deze test kunnen alle, zowel allopathische als homeopathische middelen uitgetest worden. De uitvoering van de test is vrij eenvoudig. Als een orgaan goed functioneert heeft het bij dat orgaan behorende meetpunt een waarde van rond de norm 50. Is er sprake van verstoorde functie, dan is de meetwaarde hoger of lager, of daalt de wijzer van de meter, de zgn. Zeigerabfall. Wordt nu een voor een bepaalde aandoening in aanmerking komend geneesmiddel in de zgn. geneesmiddelenhouder gedaan, dan wordt de meetwaarde normaal of vertoont geen Zeigerabfall meer als het geneesmiddel geschikt is. Zo kan dus bijv. Hextril de meetwaarde bij een sterke gingivitis normaliseren. We weten dan dat we Hextril moeten voorschrijven. 

 

In het kader van de geneesmiddelentest maken we ook gebruik van zgn. nosoden. Dit. zijn homeopathische verdunningen van excreten. secreten. gedode bacteriecultures, sera of vaccins. Zo bestaan er nosoden van. bijv. chronische pulpitis, parodontitis, granuloom etc. Deze worden meestal in de vorm van ampullen op de markt gebracht. Als nu bijv. de nosode chronische pulpitis de Zeigerabfall op het mondmeetpunt corrigeert, dus naar 50 brengt, dan weten we dat er homolateraal in de mond een chronische pulpitis aanwezig is. Indien dezelfde nosode ook de Zeigerabfall op de dikke darm weghaalt, dan kunnen we de conclusie trekken, dat de chronische pulpitis in de mond de oorzaak is van de storing in de dikke darm. De volgende stap is dan om aan te geven welk element de schuldige is. Ook dat is mogelijk. Het is duidelijk, dat deze vorm van diagnostiek mogelijkheden opent om de oorzaak te zoeken bij chronische klachten. Dit systeem wordt dan ook veelal bij chronisch zieke mensen toegepast. Heel vaak blijkt. dat ontstekingen in de mond en zeer zeker ook het amalgaam, veroorzakers zijn van een chronische ziekte. Het belang van een juiste diagnose is dan ook zeer duidelijk wil men niet vervallen in een onnodige extractie of een op goed geluk verwijderen van alle amalgaamvullingen.
Binnen het werkterrein van de mondhygiënist is het van belang de patiënt te wijzen op de relaties tussen de mond en het lichaam. waarbij het bovengenoemde schema een eerste aanzet kan zijn. Vooral bij niet begrepen chronische klachten moet beslist aan de relatie met de mond gedacht worden. Het afnemen van een anamnese dient dan ook altijd te gebeuren. 


De tekeningen zijn ontleend aan: Elektroacupunctuur, een praktische handleiding,
door C. van der Molen, arts

Literatuurlijst electroacupunctuur volgens Voll.

  1. Popp F.A. Zur Theorie der Electroakupunktur. Erfahrungsheilkunde 4/ 1990.
  2. van der Molen, C. Stoorvelden in de kaak en darmklachten. Integraal 1/1988

  3. van der Molen et al. Fysiologische effecten van homeopathische medicamenten in gesloten buisjes. TIG 8 ( 1993 ) , nr. 5.

  4. Popp F.A. et al. Statistik der Elektroakupunktur nach Voll 1. Arzteztschr. f. Naturheilverf. 1/86, 27 Jahrg.

  5. Popp F.A. et al. Statistik der Elektroakupunktur nach Voll 2. Arzteztschr. f. Naturheilverf. 9/86, 27 Jahrg.

  6. van Wijk R. et al. De invloed van homeopathische geneesmiddelen op drukgeïnduceerde huidweerstandstoename. Publicatie VSM;

  7. van Wijk R. Homeopathische geneesmiddelen onderscheiden van placebo's bij geneesmiddelentest volgens Voll. Homint Newsletter 3/4/1992.

  8. van der Molen C, van Wijk R. Biological effects and physical characteristics of potentiated high dilutions of sulphur. ZDN-Proceedings 1989, VGM-Verlag fur Ganzheitsmedizin, Essen. 1990.

  9. van Dijk P.A. Is de diagnostiek m.b.v. EAV betrouwbaar? Vademecum, nr. 48, 1991.

  10. Popp F.A. Statistische bewerkingen bij de EAV. N.T.I.G. 1990- 6 (46), 455-458.

  11. Bergsmann 0. Objektivierung der Akupunktur als Problem der Regulationsphysiologie. Haug-Verlag, Heidelberg, 1974.

  12. Kunst M. Toxoplasmose, diagnostiziert mit Hilfe der Nosode Toxoplasmose. Anderthalb Jahrzehnte Forschung und Erfahrung in Diagnostik und Therapie. M.L.Verlag, Uelsen 1971, pag. 155-183.

  13. Thomsen J. Bakteriologische und histologische Befunde bei klinisch nicht erfassbare beherdeten Zähne- und Kieferherde- eine Bestatigung von EAV-Testergebnisse 25 Jahre EAV und Medikamententestung. M.l. Verlag, Uelsen, 1980.

  14. Irmer G. Chronische Apendizitis- ein Krankheitsbild mit vielseitiger Symptomatologie. M.l. Verlag, Uelsen, 1980.

 


 
Einde

 

Acupunctuur leert dat er energie door de zogenaamde meridianen van het lichaam loopt. Deze meridianen hebben contact met de dieper gelegen structuren van het lichaam, de organen. Door met een naald of iets anders wat energie geeft een specifiek punt op deze meridiaan te stimuleren, kan men het orgaan beïnvloeden. Zo wordt het lichaam weer in balans gebracht. Ziek zijn is het uit balans raken van het lichaam. De balans of het evenwicht noemt de acupunctuur het Yin -Yang principe.

Door vast te stellen of elk acupunctuurpunt nog evenwicht is, kan men een diagnose stellen. Immers elk acupunctuurpunt correspondeert met een specifiek deel van het lichaam. Deze toepassing is de electro-acupunctuur geworden. Het is een westerse uitvinding. Het opmeten van de punten gebeurt met een heel klein stroompje.

Een toepassing in de tandheelkunde is dat men met electro-acupunctuur kan vaststellen of men amalgaam belasting heeft. Hoe groot die is en welke organen belast zijn. Voor de therapie maakt men dan meestal gebruik van de homeopathie.

 

Homeopathie probeert met een hele kleine gerichte prikkel het lichaam tot zelfgenezing aan te zetten. Deze hele kleine gerichte prikkel is van dezelfde aard als waardoor de patiënt ziek is geworden. Dit noemt men het similia principe. Met andere woorden: Het gelijke met het gelijkende genezen. De werking van de homeopathie berust hierop: Het lichaam wordt zich weer bewust waarom het ziek is geworden en gaat weer actie ondernemen. De prikkel moet heel zwak zijn, anders wordt er weer opnieuw schade toegebracht. Dit doet men door het middel te verdunnen en vervolgens krachtig te schudden. Dit heet potentiëren. Uiteindelijk blijft er na een aantal potentiëringsstappen van de oorspronkelijke stof niets meer over, alleen de informatie wordt doorgegeven met elke verdere hogere verdunning. Daardoor heeft de homeopathie bijna geen bijwerkingen.

Een toepassing in de tandheelkunde is het behandelen van een patiënt, die een amalgaam belasting heeft. Met de gewone geneeskunde is het niet mogelijk om het kwik uit het lichaam te verdrijven. Door gepotentiëerd amalgaam  te gebruiken, wordt het lichaam zich weer bewust, dat het belast is met amalgaam. Het wordt gestimuleerd het alsnog uit te scheiden.

Andere toepassingsmogelijkheden in de tandheelkunde zijn:
Het behandelen van tandvleesontstekingen.
Het voorkomen van gaatjes door de constitutie van het kind te versterken.
Het behandelen van de angstige patiënt.
Pijnklachten.
Het geven van een homeopathisch middel in plaats van penicilline.

 

Zelfmedicatie met homeopathische middelen kan klachten maskeren. Wanneer uw klacht niet binnen 14 dagen over is, raden wij u aan contact op te nemen met uw tandarts of homeopaat.

 

Homeopathische geneesmiddelen en klachtenbehandeling

Bekende homeopathische geneesmiddelen in de tandheelkunde:

Calendula
Werking:

  • bloedstelpend
  • granulatiebevorderend
  • antiseptisch
  • afweerverhogend
  • tegen infecties
  • betere wondgenezing
  • minder littekenweefsel


Calendula is te verkrijgen in tinctuur en gelei.
Calendula wordt toegepast bij extracties en de behandeling van drukplaatsen.

Werkwijze:

  • Na elke extractie een wattenpellet gedrenkt in Calendulatinctuur gedurende één minuut in de alveole stoppen. De kans op nabloeding is daarna vrijwel niet meer aanwezig.
  • Bij extracties voor een immediaatprothese een wattenpellet zoals boven omschreven en daarna de extractiewonden met Calendulagelei insmeren. Een schoon wondgebied en een rustig en mooi uitziend granulatiegebied is het resultaat.
  • Een drukplaats onder een prothese geneest sneller met een Calendulagelei applicatie.
     

Arnica
Werking: De werking van Arnica is uiterst breed. Bij elke behandeling waar pijn verwacht wordt kan Arnica gebruikt worden. Arnica bevordert wondgenezing. Toepassing: Arnica is een traumamiddel, dus geschikt voor het werkgebied van tandartsen en mondhygiënisten. Het kan gebruikt worden bij extracties, prepareren van restauraties en tandsteenverwijderen. 


Homeopathische geneesmiddelen bij veel voorkomende klachten:

Aften
Inwendig gebruik:

  • Borax Pentarkan; algemeen middel bij mondholteontsteking
  • Hepar Sulfuris 03; indien pijnlijk en snel bloedend


Uitwendig gebruik:

  • Calendulatinctuur; mondspoelen, 1: 10 verdunnen
  • Plantagotinctuur; aften aanstippen met onverdund tinctuur
  • Spilanthes oleracea D1; mondspoelen met 4050 druppels verdund met water
  • spoelen met kamillethee 


Bloeding in de mond, tandvleesbloeding, extractie

Inwendig gebruik:

  • Hamamelis D6; algemeen middel bij tandvleesbloeding
  • Phosphorus D6; na extractie


Uitwendig gebruik:

  • Calendulatinctuur; mondspoelen, 1 :10 verdunnen


Kiespijn
Inwendig gebruik:

  • Chamodent; algemeen middel voor kinderen bij het doorbreken van elementen
  • Aconitum; bij beginnende kiespijn
  • Arsenicum Album D6; bij hevige pijn en verergering na middernacht
  • Chamomilla D6; bij onverdraaglijke pijn en vererging door warme dranken
  • Coffea D3; bij fel stekende pijn
  • Mercurius Solubulis D6; bij kiespijn die 's nachts het ergst is, veroorzaakt door een abces, met een dikke wang.


Uitwendig gebruik:

  • Plantago Major oertinctuur; om het tandvlees te masseren, eventueel op een watje druppelen en dit op element leggen.
     

Mondholteontsteking
Inwendig gebruik:

  • Borax Pentarkan; bij tandvleesontsteking, mondslijmvliesontsteking en aften
  • Echinacea Angustifolia; ontstekingsremmend en weerstandsverhogend
  • Mercurius Solubilis D6; bij vieze adem of blaasjes en wit beslag in de mond

 

Speekselvloed

  • Kreosotum; tijdens de zwangerschap
  • Mercurius Solubilis; bij zweertjes in de mond
  • Pulsatilla; bij speekselvloed en smaak van klei in de mond

 

Tandvleesbloeding

  • Carbo Vegetabilis D6; bij tandvleesbloeding met loszittende tanden
  • Hamamelis D6; algemeen middel bij tandvleesbloeding
  • Mercurius Solubilis; om het ontstaan van ontstekingen te voorkomen

 

Koortsblaasjes
Uitwendig gebruik:

  • S.R.L.gelei; bij uitslag t.g.v. koorts (koortslip)


Bron: Homeopathiegids en informatie van de Nederlandse Vereniging van Homeopathische Tandartsen