Elektro-acupunctuur



De electroacupunctuur volgens Voll

F.J.M Neelissen, tandarts te Overveen.

De betekenis ervan voor de tandheelkunde 

In de vijftiger jaren heeft de Duitse arts Reinhold Voll een systeem ontwikkeld, dat de mogelijkheden in zich heeft om via elektrische metingen op de huid diagnostiek te bedrijven. Op zich is dit geen nieuw fenomeen. denk maar aan de EKG- en de EEG- metingen. Wel nieuw was het feit, dat Voll voor zijn metingen punten gebruikte, die liggen op zgn. meridianen. Dit zijn energielijnen die wij kennen uit de klassieke Chinese acupunctuur. De meridianen worden benoemd naar het orgaan, waar ze een relatie mee hebben. Zo kennen we bijv. de dikkedarmmeridiaan, blaasmeridiaan etc. De punten worden acupunctuurpunten genoemd. Tussen bepaalde punten en organen bestaat een direct verband. Bij de methode volgens Voll blijkt, dat de elektrische weerstand van het acupunctuurpunt een maatstaf is voor de energie in het corresponderende orgaan en een weerspiegeling is van de functietoestand waarin het verkeert.
Tijdens het meten laat men een stroom door het lichaam gaan waarvoor twee elektroden nodig zijn: één elektrode, die de patiënt in de hand houdt en een andere, een puntelektrode. die de therapeut op het te meten acupunctuurpunt plaatst.
 Op het meettoestel bevindt zich een meter, waarvan de wijzer bij stroomdoorgang een uitslag geeft, afhankelijk van de weerstand in het acupunctuurpunt. De middenstand op de meter geeft de waarde 50 aan en komt overeen met een ideale gezondheidstoestand van het bij dat punt behorende orgaan. Een ontsteking van het orgaan geeft een hoge meetwaarde, bijv. 80 en een degeneratieproces een lage waarde, bijv. 30. Het is mogelijk dat de wijzer, na het innemen van een bepaalde stand, niet stabiel blijft maar gaat zakken. Dit verschijnsel heet 'Zeigerabfall' en is een van de belangrijkste criteria van een energiestoring of functiestoring van een orgaan.
Zo kunnen we via 60 meetpunten, die allemaal op de handen en voeten liggen, het lichaam 'doormeten' en informatie verzamelen over alle organen in het lichaám. Aan de hand van de punten, waarvan de meetwaarden het meest afwijken, wordt de lokalisatie en de ernst van de afwijking bepaald. 

Een van deze 60 meetpunten is het meetpunt voor de mond. Dit ligt aan de binnenkant van de duim, op de duimmuis, op de zgn. lymfemeridiaan en wel links zowel als rechts. Deze punten geven informatie over de gezondheidstoestand van de mond en wel homolateraal. Dus het rechterpunt geeft informatie over de rechterkaakhelft en het linker punt op de duim over de linkerkaakhelft. Vinden we hier een 'Zeigerabfall', dan moeten we rekening houden met een mogelijke storing in de mond. Dit is vooral belangrijk voor patiënten die chronisch ziek zijn en bij wie maar geen oorzaak gevonden wordt voor hun lijden. Tanden en kiezen zijn nl. in staat om, via hun relaties met de organen in het lichaam, chronische ziektebeelden te creëren. Vooral avitale elementen hebben een beruchte naam. Echter ook een chronische pulpitis kan een orgaan ziek maken. Zo'n ontsteking, die op afstand een orgaan kan beïnvloeden, noemen we een focus

Met behulp van de Elektroacupunctuur heeft Voll de relaties kunnen vastleggen tussen de tanden en kiezen enerzijds en de organenanderzijds. Ook is het in principe mogelijk, dat organen de gezondheidstoestand van de elementen beïnvloeden. Echter de omgekeerde relatie komt veel vaker voor. Het volgende schema is van kracht: 

 
2 1   2   relatie met blaas en nieren
2   1 1   2  
3 3   relatie met galblaas en lever
3 3  
5   4 4   5   relatie met longen en dikke darm
7   6 6   7  
7   6 6   7   relatie met maag, milt en pancreas
5   4 4   5  
8 8   relatie met hart en dunne darm
8 8  



Het meettoestel van Voll heeft de mogelijkheid om m.b.v. stroomimpulsen, die via de meetstift op de huid gebracht kunnen worden, de gevonden meetwaarden te beïnvloeden. We kunnen met een zgn. toniserende stroom de meetwaarde verhogen, dus bijv. een lage degeneratiewaarde van 30 kan met deze stroompjes verhoogd worden tot de norm 50 en een hoge ontstekingswaarde van 80 kan m.b.v. een sederende stroom gebracht worden naar 50. Als we nu bijv. een Zeigerabfall gevonden hebben op het punt voor de mond en ook op een punt van de dikke darm, dan bestaat de mogelijkheid, dat de storing in de dikke darm veroorzaakt wordt door een ontsteking in de mond. Als we de waarde van het mondmeetpunt m.b.v. de stroompjes naar de norm 50 brengen kan het zijn, dat hierdoor ook de afwijkende waarde op de dikke darm naar de norm is gegaan, dus naar 50. Is dit het geval, dan kunnen we zeggen, dat de storing in de darm veroorzaakt wordt door de mond en kunnen we dus door in de mond in te grijpen een afwijking in de darm beïnvloeden. Zo kunnen we dus vaststellen of er in de mond een focus of haard aanwezig is en of zo'n storing de oorzaak is van een afwijking in de rest van het lichaam. 

Een andere manier om de relatie vast te stellen tussen de mond en het lichaam gebeurt m.b.v. de geneesmiddelentest. Met deze test kunnen alle, zowel allopathische als homeopathische middelen uitgetest worden. De uitvoering van de test is vrij eenvoudig. Als een orgaan goed functioneert heeft het bij dat orgaan behorende meetpunt een waarde van rond de norm 50. Is er sprake van verstoorde functie, dan is de meetwaarde hoger of lager, of daalt de wijzer van de meter, de zgn. Zeigerabfall. Wordt nu een voor een bepaalde aandoening in aanmerking komend geneesmiddel in de zgn. geneesmiddelenhouder gedaan, dan wordt de meetwaarde normaal of vertoont geen Zeigerabfall meer als het geneesmiddel geschikt is. Zo kan dus bijv. Hextril de meetwaarde bij een sterke gingivitis normaliseren. We weten dan dat we Hextril moeten voorschrijven. 

 

In het kader van de geneesmiddelentest maken we ook gebruik van zgn. nosoden. Dit. zijn homeopathische verdunningen van excreten. secreten. gedode bacteriecultures, sera of vaccins. Zo bestaan er nosoden van. bijv. chronische pulpitis, parodontitis, granuloom etc. Deze worden meestal in de vorm van ampullen op de markt gebracht. Als nu bijv. de nosode chronische pulpitis de Zeigerabfall op het mondmeetpunt corrigeert, dus naar 50 brengt, dan weten we dat er homolateraal in de mond een chronische pulpitis aanwezig is. Indien dezelfde nosode ook de Zeigerabfall op de dikke darm weghaalt, dan kunnen we de conclusie trekken, dat de chronische pulpitis in de mond de oorzaak is van de storing in de dikke darm. De volgende stap is dan om aan te geven welk element de schuldige is. Ook dat is mogelijk. Het is duidelijk, dat deze vorm van diagnostiek mogelijkheden opent om de oorzaak te zoeken bij chronische klachten. Dit systeem wordt dan ook veelal bij chronisch zieke mensen toegepast. Heel vaak blijkt. dat ontstekingen in de mond en zeer zeker ook het amalgaam, veroorzakers zijn van een chronische ziekte. Het belang van een juiste diagnose is dan ook zeer duidelijk wil men niet vervallen in een onnodige extractie of een op goed geluk verwijderen van alle amalgaamvullingen.
Binnen het werkterrein van de mondhygiënist is het van belang de patiënt te wijzen op de relaties tussen de mond en het lichaam. waarbij het bovengenoemde schema een eerste aanzet kan zijn. Vooral bij niet begrepen chronische klachten moet beslist aan de relatie met de mond gedacht worden. Het afnemen van een anamnese dient dan ook altijd te gebeuren. 


De tekeningen zijn ontleend aan: Elektroacupunctuur, een praktische handleiding,
door C. van der Molen, arts

Literatuurlijst electroacupunctuur volgens Voll.

  1. Popp F.A. Zur Theorie der Electroakupunktur. Erfahrungsheilkunde 4/ 1990.
  2. van der Molen, C. Stoorvelden in de kaak en darmklachten. Integraal 1/1988

  3. van der Molen et al. Fysiologische effecten van homeopathische medicamenten in gesloten buisjes. TIG 8 ( 1993 ) , nr. 5.

  4. Popp F.A. et al. Statistik der Elektroakupunktur nach Voll 1. Arzteztschr. f. Naturheilverf. 1/86, 27 Jahrg.

  5. Popp F.A. et al. Statistik der Elektroakupunktur nach Voll 2. Arzteztschr. f. Naturheilverf. 9/86, 27 Jahrg.

  6. van Wijk R. et al. De invloed van homeopathische geneesmiddelen op drukgeïnduceerde huidweerstandstoename. Publicatie VSM;

  7. van Wijk R. Homeopathische geneesmiddelen onderscheiden van placebo's bij geneesmiddelentest volgens Voll. Homint Newsletter 3/4/1992.

  8. van der Molen C, van Wijk R. Biological effects and physical characteristics of potentiated high dilutions of sulphur. ZDN-Proceedings 1989, VGM-Verlag fur Ganzheitsmedizin, Essen. 1990.

  9. van Dijk P.A. Is de diagnostiek m.b.v. EAV betrouwbaar? Vademecum, nr. 48, 1991.

  10. Popp F.A. Statistische bewerkingen bij de EAV. N.T.I.G. 1990- 6 (46), 455-458.

  11. Bergsmann 0. Objektivierung der Akupunktur als Problem der Regulationsphysiologie. Haug-Verlag, Heidelberg, 1974.

  12. Kunst M. Toxoplasmose, diagnostiziert mit Hilfe der Nosode Toxoplasmose. Anderthalb Jahrzehnte Forschung und Erfahrung in Diagnostik und Therapie. M.L.Verlag, Uelsen 1971, pag. 155-183.

  13. Thomsen J. Bakteriologische und histologische Befunde bei klinisch nicht erfassbare beherdeten Zähne- und Kieferherde- eine Bestatigung von EAV-Testergebnisse 25 Jahre EAV und Medikamententestung. M.l. Verlag, Uelsen, 1980.

  14. Irmer G. Chronische Apendizitis- ein Krankheitsbild mit vielseitiger Symptomatologie. M.l. Verlag, Uelsen, 1980.

 


 
Einde